We zitten aan de goede kant van Phoenix en hoeven dus niet de halve stad door om de juiste weg te vinden en binnen een kwartier zitten we middenin de woestijn. Richard vertelt onderweg de 'leuke' anekdote dat in het hotel waar we vandaan komen onlangs 6 schorpioenen bij een gast op de kamer zijn gevonden. Het enige dat ik waardeer in dit verhaal is dat hij het pas achteraf vertelt. Maar in dit grote niets leeft ook bijna niets anders dan ongedierte.
Vlak voor de afslag naar de Sonoranwoestijn - ik had sterk de indruk dat we ons al middenin wat voor woestijn dan ook bevonden - bereiken we weer een volledig ingerichte stad met werkelijk alles erop en eraan. Voor de zekerheid gooien we de tank nog maar eens vol, het is ons deze vakantie nog niet één keer gebeurd dat we hard op zoek moesten naar een tankstation omdat we weer een zijn vergeten te tanken, hoe ouder hoe wijzer, gok ik.
En ook maar even een eerder beloofde foto van een cactus.
We rijden een aantal uren in een erg afwisselend landschap hoewel ik het niet anders kan beschrijven dan woestijn. We passeren een ranch met kilometers koeien waarbij de geur de neus eerder bereikt dan het zicht op de koeien. Net als de discussie over wie deze lucht heeft laten ontsnappen zijn hoogtepunt bereikt, krijgen we de koeien in zicht en geven we die de schuld van de stank. Echt, een volle luier van Senna op een vroege zondagmorgen kun je betitelen als geur van viooltjes als je dat vergelijkt met de stank die nu onze neus binnendrijft.
Even verderop zien we vijf kilometer lang halfronde zonnepanelen zo ver als het oog reikt en weer tien kilometer verder staan zeker honderd windmolens. Ik weet niet waar de halve wereld het over heeft, als gesproken wordt over de USA als het meest milieuonvriendelijke land ter wereld. Trump misschien maar de inwoners zeker niet.
Pas om twee uur vinden we een geschikte lunchplek en eten we de restjes van gisterenavond. De komende uren zullen we merken of dat een goed idee was.
Om half 4 zien we sinds meer dan drie weken het bordje 'sealevel'. Al sinds het begin van onze vakantie bevinden we ons op allerlei plateau's en zijn we nooit lager geweest dan 4000 feet (ongeveer 1200 meter). Het feestje duurt echter maar even want om San Diego binnen te komen moeten we eerst nog door het Cleveland National forest. Ook weer schitterend mooi maar wel weer op 5000 voet (1500 meter).
Om 5 uur zijn we eindelijk in het Bahia Resort and hotel, een hotel met weer een prachtig uitzicht.
Het ligt weliswaar op de aanvliegroute van het vliegveld van San Diego maar daar hebben we weinig last van. Omdat onze studio een keukentje heeft, kunnen we zelf koken en we halen daarom wat boodschappen bij Ralph, waarbij ik Ralph er sterk van verdenk met zijn achterste op een privéstrandje in Hawai te vertoeven van de opbrengsten van zijn toko.
Als we gegeten hebben en de rommel willen opruimen, komen we erachter dat wat essentiële onderdelen in de keuken ontbreken zoals daar zijn een afwasborstel, een vaatdoekje en een theedoek. Creatief met pleepapier dan maar?
's Avonds wandelen we nog even een stuk langs het strand en hebben een lange discussie over wat er ook al weer zo leuk was aan Zweden. Heel soms,- eigenlijk steeds vaker - weet ik dat niet meer.
.
Morgen gaan we eens even bekijken of San Diego echt zo leuk is als iedereen zegt.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten